Marktconsultatie helpt Rijkswaterstaat en staalmarkt elkaar beter begrijpen

Werkzaamheden in de nachtPlaatsen stalen balk Waalbrug Nijmegen
27-11-2025
105 keer bekeken

De komende jaren wacht Nederland een enorme vervangingsopgave van bruggen, sluizen en andere stalen constructies. Om die uitdaging goed aan te kunnen, liet de Taskforce Infra via het Platform V&R onderzoeken hoe de staalmarkt ervoor staat.

De gesprekken met dertien staalbedrijven uit Nederland, België en Duitsland leverden niet alleen waardevolle informatie op, maar vooral meer wederzijds begrip.

Sabine Delrue, directeur infrastructuur bij Arup en namens NLingenieurs actief binnen het platform, was nauw betrokken bij de consultatie. “Er leven aannames over de beschikbare capaciteit en over hoe Rijkswaterstaat samenwerkt met de markt,” vertelt ze. “Met dit onderzoek wilden we het gesprek open voeren op basis van de feiten en de beeldvorming nuanceren.”

Beelden en aannames

Binnen Rijkswaterstaat bestond bijvoorbeeld het beeld dat de staalmarkt mogelijk te klein is om de grote vervangingsopgave aan te kunnen. In de markt klonk juist onzekerheid over de omvang en timing van toekomstige projecten. Tegelijkertijd is de focus van veel staalbedrijven de afgelopen jaren verschoven naar andere sectoren, zoals offshore wind en utiliteitsbouw. “We wilden weten wat ervan die beelden klopt,” zegt Delrue. “Is er echt te weinig capaciteit of is het vooral een kwestie van planning en organisatie? En hoe kunnen we de samenwerking zo inrichten dat de markt wil en kan meebewegen?”

Het Platform V&R sprak met diverse staalbedrijven, van grote partijen voor vaste en beweegbare bruggen met eigen productielocaties aan het water tot middelgrote spelers voor kleinere bruggen of specialistisch werk. Zo ontstond een beter beeld van de staalmarkt en van wat er nodig is om de komende tien jaar gezamenlijk de opgave vorm te geven.

Bereidheid en behoefte aan houvast

De uitkomsten laten een betrokken en vakbekwame sector zien. De trots op het vak is groot, net als de bereidheid om bij te dragen aan de vernieuwing van bruggen en sluizen. Toch klinkt er ook terughoudendheid.  Er wordt veel gesproken over het werk dat eraan komt, maar in de praktijk ligt er nog weinig concreet op tafel.

De markt heeft vooral behoefte aan een voorspelbare pijplijn van projecten met duidelijkheid over wat wanneer op de markt komt, en welke disciplines daarbij nodig zijn. “Met zo’n horizon kunnen bedrijven investeren in mensen, materieel en innovatie, en dan volgt er ook meer capaciteit,” zegt Delrue. “Het probleem is niet dat de markt het niet kan, maar dat we de vraag samen beter moeten plannen.”

Minder complex, meer evenwicht

Naast voorspelbaarheid is ook de complexiteit van processen en contracten een belangrijk thema binnen de vernieuwingsopgave. Staalbedrijven opereren vaak als onderaannemer van een civiele aannemer die een groot deel van de organisatie van het project voor zijn rekening neemt. De staalpartijen zetten hun mensen het liefst in op de technische delen van het werk en zitten niet per se te wachten op een grotere rol in projectbeheersing en -management, waardoor de overheadkosten relatief verder toenemen.  Delrue: “We moeten eenvoudiger durven denken. Niet alles hoeft via dezelfde uitgebreide procedures. Maak onderscheid tussen grote, complexe bruggen en kleinere eenvoudigere vervangopgaven. Dan wordt samenwerken makkelijker, sneller en aantrekkelijker.” Ook een evenwichtige verdeling van risico’s is cruciaal. Rijkswaterstaat werkt binnen het Platform V&R al aan verbeteringen, zoals de portfolioaanpak en nieuwe contractvormen die beter aansluiten bij de onzekerheden van de vernieuwingsopgave in de praktijk.

Meer begrip creëren

De belangrijkste opbrengst van de consultatie is niet de data, maar de dialoog. De gesprekken maakten aannames bespreekbaar en zorgden voor meer inzicht en vertrouwen over en weer. De markt ziet dat Rijkswaterstaat opener communiceert, terwijl Rijkswaterstaat beter zicht kreeg op de diversiteit en kracht van de staalmarkt. “Het gesprek zelf was eigenlijk de grootste winst. We hebben elkaar beter leren begrijpen. Iedereen wil bijdragen aan de vernieuwing, maar we moeten eerder met elkaar in gesprek over wat wel en niet werkt. Zo maken we de opgave behapbaar en haalbaar.”

Ze ziet daarin een verandering van houding: weg van het wij-zij-denken, naar gezamenlijk leren. Rijkswaterstaat kan dit niet alleen en de markt ook niet. Door in de volle breedte te praten over zorgen, kansen en verwachtingen, groeit het vertrouwen. Dat helpt niet alleen bij staal, maar in de hele V&R-opgave.

Van inzicht naar uitvoering

De aanbevelingen uit het onderzoek worden nu verder uitgewerkt binnen het Platform V&R. Zo wordt gekeken hoe processen en eisen eenvoudiger kunnen en hoe de markt beter kan worden betrokken bij de voorbereiding van projecten. Binnenkort volgt een nieuw overzicht van brugprojecten voor de komende tien jaar, als basis voor vervolggesprekken met de markt.

Taskforce Infra

De Taskforce Infra (TFI) is het samenwerkingsplatform waar Rijkswaterstaat, Bouwend Nederland, Techniek Nederland, NLingenieurs, MKB Infra, Cumela en de Vereniging van Waterbouwers in een open dialoog samen werken aan concrete en doelgerichte oplossingen die bijdragen aan het verhogen van de productiviteit voor de instandhoudingsopgave. De TFI bestaat uit themagroepen en het Platform VenR waarin inzichten, informatie en kennis op een open en transparante manier worden gedeeld. Het is daarmee een voorbeeld voor de nieuwe manier van samenwerken die nodig is om de grote opgave waar de infrasector voor staat aan te kunnen. Meer weten over de Taskforce Infra? Ga dan naar www.taskforceinfra.nl.

Afbeeldingen

Cookie-instellingen